Nieuw onderzoek naar BOAS: tijd voor een eerlijker beeld
- 9 apr
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 12 apr
In februari 2026 verscheen een wetenschappelijk onderzoek van de University of Cambridge (Tomlinson et al., PLOS One) naar de aanwezigheid van BOAS (Brachycephalic Obstructive Airway Syndrome) bij veertien hondenrassen.
In dit onderzoek zijn bijna 900 honden klinisch beoordeeld met behulp van de Respiratory Function Grading, een praktische ademhalingstest (RFG). Hierbij wordt gekeken naar ademgeluiden en inspanningstolerantie. Daarmee wordt niet het uiterlijk, maar de daadwerkelijke ademhaling van de hond beoordeeld.
Dit is een belangrijk verschil met de veelgebruikte Craniofacial Ratio, een uiterlijke maat (CFR), die binnen de beleidsregel voor brachycefale honden als toetsingsinstrument wordt gebruikt. Deze maat is uitsluitend gebaseerd op uiterlijke kenmerken, zoals snuitlengte, en zegt niets over hoe een hond daadwerkelijk ademt of functioneert.
Het Cambridge-onderzoek laat juist zien dat ademhalingsproblemen niet betrouwbaar voorspeld kunnen worden op basis van alleen schedelverhoudingen. Daarmee onderstreept dit onderzoek dat een beoordeling op basis van functie – zoals met de ademhalingstest – een veel realistischer en eerlijker beeld geeft van de gezondheid van de hond.
Wat laat het onderzoek zien?
De resultaten geven een duidelijk en genuanceerd beeld: Veel kortsnuitige honden zijn klinisch gezond en vertonen geen BOAS. De mate van BOAS verschilt sterk per ras. Uiterlijke kenmerken spelen wel een rol, maar blijken slechts een beperkt deel van het geheel te verklaren
Belangrijk inzicht: uiterlijke kenmerken verklaren slechts ±20% van BOAS
Uit het onderzoek blijkt dat factoren zoals snuitlengte, neusopening en lichaamsconditie samen slechts ongeveer20% van de variatie in BOAS verklaren. Dat betekent dat het overgrote deel van de verschillen in ademhaling – circa 80% – niet eenvoudig te herleiden is totwat we aan de buitenkant zien.
Met andere woorden: twee honden met een vergelijkbaar uiterlijk kunnen een totaal verschillende ademhalingsfunctie hebben.it onderstreept dat gezondheid niet betrouwbaar te voorspellen is op basis van alleen uiterlijke kenmerken.
Wat betekent dit?
Dit onderzoek bevestigt wat in de praktijk al langer zichtbaar is: ademhaling bij honden is complex en niet af te lezen aan alleen het uiterlijk. De ademhalingstest uit het Cambridge-onderzoek geeft daarmee een eerlijker en betrouwbaarder beeld van degezondheid van een hond dan regels die uitsluitend naar schedelverhoudingen kijken.
Tijd voor beleid gebaseerd op objectieve, functionele beoordeling van gezondheid
De uitkomsten van dit onderzoek roepen ook een fundamentele beleidsvraag op. Als wetenschappelijk is aangetoond dat uiterlijke kenmerken slechts een beperkt deel van de ademhalingsproblemen verklaren, is het de vraag in hoeverre beleid dat uitsluitend op deze kenmerken is gebaseerd – zoals de huidige uiterlijke maat binnen de beleidsregel voor brachycefale honden – nog passend en effectief is.
Een systeem dat honden beoordeelt op hoe ze eruitzien, maar niet op hoe ze daadwerkelijk functioneren, loopt het risico om: gezonde honden onterecht uit te sluiten. En tegelijkertijd geen garantie te bieden dat ademhalingsproblemen daadwerkelijk worden aangepakt. Dit onderzoek laat zien dat een verschuiving nodig is naar objectieve, functionele beoordeling van gezondheid, zoalsmet de ademhalingstest. Alleen door te meten wat er écht toe doet – de ademhaling zelf – kan beleid effectief bijdragenaan het verbeteren van dierenwelzijn.
De weg vooruit
Het goede nieuws is dat ademhalingsproblemen beïnvloedbaar zijn.
Door te fokken met honden die goed scoren op objectieve ademhalingstesten, kan de gezondheid van toekomstige generaties verder worden verbeterd.
Dit vraagt om een benadering die uitgaat van:
Meten wat er écht toe doet (functie)
Een open en eerlijk beeld, zonder vooroordele
Samenwerking tussen fokkers, dierenartsen en belangenverenigingen
Conclusie
Het Cambridge-onderzoek laat zien dat veel kortsnuitige honden gezond zijn en dat een eerlijke beoordeling begint bij wat een hond kan – niet bij hoe hij eruitziet.
Bron / rapport: Tomlinson F. et al. (2026) – A cross-sectional study into the prevalence and conformational risk factors of BOAS across fourteen brachycephalic dog breeds: https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0340604



